home

FAQ

Veelgestelde vragen

Frequently Asked Questions (FAQ)

De antwoorden op veel van uw vragen vindt u in onderstaande Veelgestelde vragen. Klik op een vraag om het antwoord te tonen of verbergen.

Heeft u een vraag die hieronder niet beantwoord wordt? Stel hem dan via het contactformulier.

  • A. Samenwerking algemeen
    1. We doen het allemaal voor de wandelaar. Die willen we nu en in de toekomst zo optimaal mogelijk bedienen. Uiteraard onze huidige 100.000 leden, maar ook andere wandelliefhebbers, waarvan ons land er ongeveer 6,6 miljoen telt.
      Elk apart kunnen we de verschillende delen van de Nederlandse wandelmarkt maar moeilijk bewerken. Enerzijds verandert de vraag vanuit de markt snel en alleen een sterke partij kan daar adequaat op inspelen. Anderzijds beconcurreren we elkaar op dit moment eigenlijk met vergelijkbare producten en diensten voor dezelfde groepen wandelaars.
      Vandaar dat we samen één grote, krachtige, herkenbare en efficiënte wandelorganisatie willen vormen. Deze organisatie moet DE aanbieder van wandelsportproducten en – diensten worden, zodat we meer wandelaars kunnen binden. Door onze krachten te bundelen, zorgen we voor herkenbaarheid bij de wandelaar en kunnen we makkelijker investeren in nieuwe producten en diensten. Ook hebben we dan meer mogelijkheden om onze marketingkracht, automatiseringsgraad en slagkracht te versterken. We verminderen de gezamenlijke administratieve lasten van onze huidige regio’s en het wordt makkelijker om voldoende vrijwilligers en professionele krachten te mobiliseren en te binden. Met één sterke stem kunnen we de belangen van wandelend Nederland krachtig behartigen bij onder meer NOC*NSF, landelijke politiek, provincies, gemeenten en natuurorganisaties. Bovendien zijn we samen een stuk interessanter voor mogelijke samenwerkingspartners, zowel bedrijven als maatschappelijke organisaties.

       

    2. Natuurlijk vraagt een verandering altijd aanpassing en moet u mogelijk wennen aan de nieuwe situatie. Maar als wandelaar heeft u vooral profijt van de fusie. Zo maakt samenwerking het mogelijk uw lidmaatschap ook in de toekomst betaalbaar te houden. Het is nu eenmaal goedkoper om gezamenlijk één magazine in een hogere oplage uit te brengen dan twee verschillende. Hetzelfde geldt natuurlijk voor ledenpassen en de jaargids Landelijk Wandelprogramma. Daarnaast kunnen we samen sterker opkomen voor uw belangen, bijvoorbeeld bij de politiek. Zo kunnen we beter invloed uitoefenen op bijvoorbeeld het beschikbaar blijven van voldoende ruimte voor buitensporten zoals wandelen. Maar ook zijn we een interessantere partij voor samenwerkingspartners, waardoor we onze leden aantrekkelijke wandelproducten met korting kunnen aanbieden. Ook beschikken we met elkaar over meer vrijwilligers. En tot slot beschikken beide bonden samen over veel kennis en ervaring. Door die te delen, besparen we veel tijd in het opnieuw uitvinden van het wiel. Tijd die we overhouden om nog meer wandelactiviteiten te organiseren.

    3. Ook voor onze lidorganisaties biedt de fusie voordelen. Denk alleen maar aan het grotere bereik van de communicatiemiddelen van de nieuwe organisatie. Zo kunt u uw evenement beter onder de aandacht brengen van minimaal 100.000 wandelaars! Bovendien richt de nieuwe organisatie zich op een nog groter deel van de Nederlandse wandelmarkt (6,6 miljoen wandelaars) en daar profiteert u natuurlijk ook van. Daarnaast biedt het bundelen van onze kennis en ervaring voordelen. Adviseurs die u raad geven over het verbeteren van de kwaliteit van uw tocht, kennis over vergunningen, contacten met natuurorganisaties. Al deze kennis is straks verenigd binnen één organisatie. U kunt er dan ook makkelijk een beroep op doen. Ook maakt onze omvang dat we interessanter zijn voor diverse samenwerkingspartners. Zo blijven we in staat financieel goede afspraken te maken met bijvoorbeeld verzekeraars. En natuurlijk beschikken we samen over meer vrijwilligers.

    4. Zowel de NWB als KWBN zijn succesvolle sportbonden met veel leden. Maar als we ook in de toekomst voldoende willen betekenen voor wandelend Nederland moeten we wel in beweging blijven. Op dit moment staan we allebei voor de nodige uitdagingen. Uitdagingen die voor beide bonden apart voor problemen kunnen zorgen, maar die we als één organisatie om kunnen buigen tot kansen.
      We constateerden dat we veel dubbel werk doen en dat de wandelmarkt door twee bonden versnipperd is. Daarnaast is slechts een deel (100.000 wandelaars) van de totale markt (6,6 miljoen wandelliefhebbers) bij ons aangesloten. Met andere woorden: we laten veel kansen liggen door niet nauwer samen te werken. De afgelopen jaren hebben we onze contacten al sterk verbeterd en pakten we al meer zaken gezamenlijk op. Daaruit bleek direct het positieve effect, zowel lokaal, regionaal als landelijk. Zo gaven we bijvoorbeeld een gezamenlijke jaargids Landelijk Wandelprogramma uit met álle tochten van de NWB en KWBN. Ideaal voor de wandelaar, die zo in één oogopslag een overzicht heeft van de tochten van beide bonden. Maar ook goed voor de bonden, die zo geen dubbele kosten maken.
      We zijn ervan overtuigd dat we zo als één organisatie nog veel meer kunnen betekenen voor de wandelaar. En daar doen we het tenslotte voor. Op weg naar één sterke wandelorganisatie krijgen we ongetwijfeld weleens met hobbels te maken. Iedere verandering vraagt aanpassing en dat is niet altijd makkelijk. Maar als we er met z’n allen vol positieve energie samen voor gaan, worden we er met z’n allen alleen maar beter van.

    5. Ideeën en suggesties zijn altijd welkom. De nieuwe sterke wandelorganisatie is van ons allemaal. Meedenken wordt dan ook zeer op prijs gesteld. Vertel ons uw idee via het contactformulier. We horen graag van u.

  • B. Fusie en fusieproces
    1. De wens om te fuseren komt van de besturen van de NWB en KWBN. We hebben een stuurgroep en inmiddels meerdere projectgroepen samengesteld. De stuurgroep ‘De pas erin’ en de projectgroep ‘Intentieverklaring’ worden door externe voorzitters geleid en kennen een evenredige vertegenwoordiging vanuit de landelijke organisaties en de regio’s. Stuur- en projectgroep hebben hard gewerkt aan de totstandkoming van de intentieverklaring. Uitgangspunt is steeds om een zorgvuldig proces te voeren, zodat de fusie op zo breed mogelijke steun kan rekenen

    2. De fusie zal uitmonden in een nieuwe wandelsportorganisatie. Het fusieproces verloopt volgens een aantal stappen. Op dit moment (najaar 2013) staan wij aan het einde van Oriëntatiefase II. Deze fase hopen we af te ronden met het ondertekenen van de intentieverklaring. Meer informatie inclusief alle fases vindt u in het procesplan.

    3. Met de ondertekening van de intentieverklaring dit najaar committeren zowel de landelijke als de regionale besturen zich aan de uitkomst van het proces. Het is duidelijk dat de besturen streven naar een fusie van beide bonden.
      De ondertekening vindt plaats na instemming van de ledenvergaderingen met de intentieverklaring. In de volgende fase leggen de landelijke en regionale besturen het fusiebesluitdocument aan de ledenvergaderingen voor. De formele fusiebesluiten worden dan ook op voorstel van de besturen door de ledenvergaderingen van beide organisaties genomen.

       

    4. Juridisch gezien gaat het om een fusie tussen de landelijke bonden KWBN en NWB én de acht regionale bonden van de NWB. In totaal zijn dat dus tien verenigingen. KWBN is eerder al gefuseerd met haar regionale bonden. De KNBLO-regio’s zijn wel bij het fusieproces betrokken en tekenen ook de intentieverklaring, alhoewel dit strikt juridisch dus niet noodzakelijk is.

    5. De NWB, KWBN en de acht NWB-regiobonden fuseren gelijktijdig tot één nieuwe wandelsportorganisatie. Dit gebeurt via een zogenaamde juridische fusie. Afgesproken is dat de fusie op 1 januari 2015 effectief moet zijn, of zoveel eerder als mogelijk. Op dat moment zijn de formele besluitvorming en de eerste organisatie-inrichting afgerond. Voor verdere inrichting van de nieuwe organisatie verwachten we gedurende 2015 en 2016 nog ruimschoots tijd nodig te hebben. Op weg naar de fusie houden we waar mogelijk al beleidsmatig rekening met elkaar en werken we al zoveel mogelijk samen.

    6. De leden zijn heel belangrijk en bepalen uiteindelijk of de fusie doorgaat. Het fusiebesluit valt namelijk in de ledenvergaderingen van de NWB, KWBN en alle NWB-regiobonden. Ook de regio’s van KWBN zijn bij dit proces betrokken.
      Bij zowel de NWB als KWBN kunnen verenigingen hun stem via de regionale ledenvergaderingen laten horen. Bij KWBN wordt het besluit in de landelijke vergadering genomen door bondsafgevaardigden. Bij de NWB gebeurt dit door de stemgerechtigden in de landelijke ledenvergadering. Dat zijn de voorzitters van regio’s (elk met een aantal stemmen naar rato van het aantal regioleden) én de hoofdbestuursleden, ereleden en leden van verdienste (elk één stem).

    7. Eerst wordt dit najaar gestemd over de intentieverklaring. Vervolgens wordt gewerkt aan een fusiebesluitdocument. Over dit document wordt gestemd tijdens de ledenvergaderingen van de beide bonden en de regio’s in 2014.

    8. Bij een juridische fusie kunnen alle betrokken verenigingen (NWB, KWBN en de acht NWB-regiobonden) in één beweging samengaan. In één keer wordt het vermogen samengevoegd, gaan alle leden automatisch over naar de nieuwe vereniging en houden de verdwijnende bonden/regio’s automatisch op te bestaan. Net als bij een wijziging van de statuten is hiervoor een 2/3 meerderheid nodig van het aantal uitgebrachte stemmen in de ledenvergaderingen.
      Het alternatief is om elke vereniging apart te laten ontbinden en tot vereffening te komen. Dat is een hele omslachtige procedure en bovendien erg kostbaar, want dan moeten we alle activa en passiva van betrokken partijen afzonderlijk rechtsgeldig overdragen. Vandaar dat we voor een juridische fusie hebben gekozen. Deze keuze maakt het due diligence-onderzoek zo belangrijk.

       

    9. Er vindt momenteel onderzoek plaats naar de financiële, fiscale en juridische situatie van de fusiepartners. Dit zogenoemde due dilligence-onderzoek wordt uitgevoerd door de accountants van de NWB en KWBN. Op basis van het onderzoek kunnen we financiële, fiscale en juridische risico’s en kansen voor de nieuwe organisatie analyseren en controleren.
      Het onderzoek vindt plaats in twee fasen. In de eerste fase zijn de jaarrekeningen van alle fusiepartners betrokken. In een later stadium komen de regiobonden van de NWB integraal aan bod. Zij hebben een zelfstandige financiële huishouding. Dit in tegenstelling tot de KWBN-regio’s, die samen met de landelijke bond één financiële huishouding delen.
      Partijen kunnen zich op basis van het onderzoek een voldoende oordeel vormen over elkaars financiële huishouding. Als dat nodig is, zijn de fusiepartners verplicht om mogelijke belemmeringen gezamenlijk uit de weg te nemen.

       

    10. De nieuwe organisatie zal lid zijn van NOC*NSF. NOC*NSF streeft naar aansluiting van één bond per tak van sport en schrijft voor dat die zich houdt aan de kwaliteitscriteria van NOC*NSF, waaronder de code Goed Sportbestuur. NOC*NSF schrijft bijvoorbeeld voor dat er regelgeving moet bestaan om seksuele intimidatie te voorkomen en bepleit aansluiting bij het Instituut Sportrechtspraak.

    11. Het Instituut Sportrechtspraak (ISR) is een stichting, die in naam van sportbonden (tucht)recht spreekt. De nieuwe organisatie zal zich voor tuchtrechtspraak op het gebied van seksuele intimidatie aansluiten bij het ISR. Alle overige (tucht)zaken handelt de onafhankelijke tuchtcommissie van de nieuwe organisatie zelf af.

  • C. Intentieverklaring - procedureel
    1. Een intentieverklaring is een overeenkomst waarin een aantal partijen een gezamenlijk voornemen vastlegt. In ons geval gaat het om een overeenkomst tussen bonden en regio’s, die vastleggen dat zij willen fuseren en samen één nieuwe organisatie willen vormen. De intentieverklaring beschrijft op hoofdlijnen hoe de nieuwe organisatie eruit gaat zien (missie, visie, doelstellingen, organisatiemodel) en welke belangrijke zaken moeten worden geregeld.
      Een intentieverklaring voorkomt misverstanden en onduidelijkheden. Al vroeg in het proces wordt duidelijk welke kant de fusie opgaat. Veel punten worden in de volgende fase nader uitgewerkt in het fusiebesluitdocument. Dat document komt voor de leden dan niet uit de lucht vallen, omdat zij via de intentieverklaring al vroeg bij het hele proces en de richting betrokken zijn.

    2. De fusie is een cruciale stap op weg naar een bestendige toekomst voor de wandelsport. De besturen van de NWB en KWBN willen de leden en de interne organisatie (regio’s, commissies) zo goed en zo vroeg mogelijk bij het proces betrekken.
      In het najaar van 2012 hebben de ledenvergaderingen van beide bonden ingestemd met procesplan ‘De Pas Erin’. Daarmee hebben zij hun besturen de opdracht gegeven om de samenwerking op weg naar fusie bestuurlijke prioriteit te geven. Aan die samenwerking wordt dus veel tijd en aandacht besteed.
      De intentieverklaring is erg belangrijk omdat zij richting geeft aan de fusie. Daarom staat zij op de agenda van de ledenvergaderingen van alle betrokken partijen. Instemming door de ledenvergadering geeft de betrokken besturen het mandaat om het fusieproces op basis van de geformuleerde uitgangspunten te vervolgen. Ook geeft het de besturen de opdracht om de uitkomsten van dit vervolg in de volgende ledenvergadering opnieuw ter besluitvorming aan de leden voor te leggen.

    3. De tekst van de intentieverklaring is vastgesteld op 4 oktober 2013. Dit is gebeurd na bespreking van een concepttekst met alle regionale besturen van de NWB en KWBN.
      De tekst van 4 oktober wordt tot en met half december 2013 ter besluitvorming voorgelegd aan alle regionale en landelijke ledenvergaderingen van de fusiepartijen. In deze periode kan de tekst niet meer worden gewijzigd. Opmerkingen en aanvullingen vanuit de ledenvergaderingen worden meegenomen in de volgende fase van het fusietraject. Dan worden de punten uit de intentieverklaring namelijk verder uitgewerkt. Het is daarom van belang om de opmerkingen en aanvullingen goed te notuleren tijdens de betreffende ledenvergaderingen. Als er nog principiële aanpassingen nodig zijn en alle betrokken partijen het daarover eens zijn, kunnen nog fundamentele wijzigingen worden aangebracht. Daarvoor worden één of meer projectgroepen ingesteld. In de volgende fase worden de regio’s uiteraard opnieuw betrokken.

      Let op: enkele regionale besturen van de NWB hebben de concepttekst van 2 september 2013 al doorgestuurd naar hun verenigingen. Besluitvorming vindt echter plaats over de definitieve tekst van 4 oktober 2013.

    4. De besturen van de NWB en KWBN ondertekenen de intentieverklaring na consultatie van hun bondsvergaderingen. De besturen van de regio’s doen dit na consultatie van hun regionale achterban.

      NWB: de regiobesturen vragen aan de ledenvergadering van hun regio een mandaat om bij de NWB-bondsvergadering van 14 december 2013 met de intentieverklaring en de aangepaste tekst in te stemmen. Tijdens de bondsvergadering zullen de regiobesturen bij een meerderheidsbesluit instemmen met de intentieverklaring en de verklaring tekenen.
      KWBN: de formele besluitvorming over de intentieverklaring vindt plaats tijdens de bondsvergadering van 16 november 2013. Hieraan voorafgaand wordt de intentieverklaring in de tien regionale ledenvergaderingen ter toetsing bij de aangesloten organisaties voorgelegd. Bij instemming zullen alle bonds- en regiobestuurders de intentieverklaring na 16 november ondertekenen.

    5. Dan zal die regio de intentieverklaring niet tekenen. Dit hoeft niet, maar kan wel betekenen dat deze regio uiteindelijk niet mee gaat in de fusie.

    6. Vanzelfsprekend wordt er in de voorbereiding van de fusie alles aan gedaan om met alle betrokken partijen tot de nieuwe organisatie te komen. Gaat een regio echter niet mee bij het opstellen en ondertekenen van het fusiebesluitdocument, dan kunnen we hiermee rekening houden. Dan gaat de regio niet mee in de fusie. De regio maakt dan geen deel uit van de juridisch te fuseren bonden en regio’s.
      De regio zal met haar leden en aangesloten organisaties en evenementen geen deel uitmaken van de nieuwe wandelsportorganisatie. De nieuwe organisatie zal dan wel een nieuwe regio oprichten in dit betreffende verzorgingsgebied. De leden van de afhakende regio krijgen dan o.a. geen wandelmagazine, wandelpas en LWP Jaargids meer, of enige andere ondersteuning. Als een regiobond uiteindelijk nee zegt, dan gaat zij mogelijk zelfstandig verder, met alle gevolgen van dien.

       

    7. Dan wordt in eerste instantie alsnog naar overeenstemming gezocht. Als deze niet wordt gevonden, dan gaat de fusie niet door. In de intentieverklaring zijn afspraken gemaakt over de gevolgen daarvan.

    8. Dan geeft de bestuurder met redenen omkleed aan waarom hij of zij afziet van ondertekening.

    9. Dan blijven er twee concurrerende wandelsportorganisaties bestaan en verliezen de bonden de mogelijkheid om de wandelmarkt te claimen. Het zal lastiger zijn om vrijwilligers en sponsors te vinden; er zijn weer twee partijen die met NOC*NSF en overheden praten; er worden dubbele kosten gemaakt op het gebied van marketing, communicatie en ICT. Bij het uitblijven van de fusie moeten beide bonden afspraken maken over projecten die zij nu al gezamenlijk oppakken.

  • D. Intentieverklaring - inhoudelijk
    1. We willen de NWB, KWBN en de NWB-regiobonden samenvoegen om de wandelaar zo goed mogelijk te bedienen. Voor wandelaars en verenigingen is het belangrijk dat zij overal hetzelfde pakket kunnen krijgen, zonder verschillen tussen producten, diensten en tarieven. Met een uniform kader en een uniform beleid ontstaat van Noord-Groningen tot Zuid Limburg één duidelijk herkenbare wandelsportorganisatie. Daar komt bij dat het in de toekomstige structuur eenvoudiger is om de regio’s te ‘ontzorgen’, dat wil zeggen hun administratieve lasten te verminderen.

    2. Bij een federatie behouden de regio’s rechtspersoonlijkheid. Bij de gelijksoortige sportorganisatie die wij voorstaan, wordt die rechtspersoonlijkheid opgeheven. NOC*NSF stelt in zijn ‘Minimale Kwaliteitseisen’ voor aangesloten sportbonden dat een organisatie binnen zijn grenzen geen zelfstandige of autonome geledingen kent die eigen beleid (kunnen) bepalen dat kan afwijken van het door de ALV vastgestelde beleid. Dat is niet voor niets. We streven steeds naar uniformiteit en eenheid van beleid. Uitgangspunt is dat een gelijksoortige wandelsportorganisatie bindt. De organisatie kan doelen beter en efficiënter realiseren dan binnen een federatief model. Om die reden hebben de meeste sportbonden al afscheid genomen van autonome regio’s. Processen en diensten kunnen eenvoudiger worden gestandaardiseerd, innovatie gaat sneller en goedkoper. De regio’s kunnen zich concentreren op de dienstverlening aan de wandelaar. De bond is de handelende entiteit, de regio’s zijn niet langer aansprakelijk voor het ‘eigen’ handelen.

    3. Bij de fusie worden in feite alle vermogens van de tien betrokken verenigingen (de NWB, KWBN en de acht NWB-regiobonden) samengevoegd. In de intentieverklaring is daarbij opgenomen dat regionaal opgebouwd vermogen in de nieuwe organisatie beschikbaar blijft voor de regio. De nieuwe regiobesturen krijgen de beschikking over deze ‘geoormerkte’ vermogens en mogen die na instemming van de regionale ledenvergadering gebruiken om de regionale wandelsport te versterken.
      Dit is in de lijn waarop dat op dit moment bij KWBN is geregeld. Binnen de balans van de bond is het beschikbare regionale vermogen afgezonderd als het ‘beklemd eigen vermogen’ van de regio’s. Over dit vermogen heeft alleen het regiobestuur de beschikking, na voorafgaande instemming in de regionale ledenvergaderingen van de aangesloten organisaties die het vermogen in het verleden hebben ingebracht.
      De regio’s ontvangen vanuit de landelijke organisatie jaarlijks een vergoeding voor plannen die zij voorzien van een begroting indienen. Op basis daarvan wordt een budget toegekend. Als de regio’s bij het opmaken van hun jaarrekening geld uit dit budget overhouden, dan wordt dit saldo toegevoegd aan een algemene reserve die voor alle regio’s beschikbaar is. Elke regio kan een aanvraag doen om extra geld uit deze reserve vrij te krijgen. Als er een tekort ontstaat, wordt het tekort van de regio in mindering gebracht op het eigen regionale vermogen.

    4. De nieuwe organisatie faciliteert alle aangesloten leden en verenigingen, maar wil zich ook meer gaan richten op de mogelijkheden van de totale wandelmarkt. Die markt omvat ongeveer 6,6 miljoen wandelaars. Op dit moment hebben de NWB en KWBN een marktaandeel van slechts 3%. Naar verwachting kunnen we een substantieel groter deel van de markt bedienen als we nieuwe producten en diensten ontwikkelen, afgestemd op de gedifferentieerde vraag van wandelaars. Hierbij denken we onder andere aan wandelevenementen, wandelreizen, wandelpaden en fitheid. Vanuit een sterk gepositioneerde wandelorganisatie kunnen we ook de belangen van wandelaars veel krachtiger behartigen.

    5. De inrichting van de nieuwe regio’s loopt via de provinciegrenzen. Dit betekent niet dat er per definitie twaalf regio’s komen. In de volgende procesfase kijken we hoe we het land optimaal kunnen indelen. Uitgangspunten zijn onder andere de huidige aantallen leden, besturen en tochten per provincie en de taken en werkzaamheden per regio.

    6. Om de wandelsport goed te dienen, kijken we in de volgende procesfase wie welke beleids- en uitvoerende taken gaat verrichten. Het uitgangspunt is dat de regio’s dicht bij de sport zitten en de lokale contacten onderhouden. Zij zijn sterk in coördinatie en uitvoering van lokale activiteiten. Landelijke taken zijn dan bijvoorbeeld de marketing, automatisering en administratie.
      Ter verduidelijking nemen we als voorbeeld de avond4daagsen/wandeltochten. Regio’s onderhouden namens de bond de contacten met lokale organisatoren, coördineren de regionale agenda, organiseren regionale bijeenkomsten en ondersteunen de organisatoren met kennis, expertise en producten en diensten van de bond. De landelijke organisatie zorgt voor de centrale marketing en promotie(materiaal), de automatisering/afhandeling van uniforme processen (zoals het verzamelen van tochtgegevens en facturering) en de ontwikkeling van landelijke producten en diensten.
      Een goede ondersteuning vanuit de landelijke organisatie is belangrijk om sterke regio’s te creëren. Zo kunnen we samen adequaat invulling geven aan het adagium ‘Zoveel mogelijk decentraal tenzij …’

       

    7. De ledenraad van de nieuwe organisatie zal bestaan uit regionale vertegenwoordigers (afgevaardigd namens hun regio) en vertegenwoordigers van de individuele leden en aangesloten landelijk opererende organisaties. In de volgende fase worden de inrichting en de vertegenwoordiging nader uitgewerkt.

    8. De landelijke besturen van NWB en KWBN hebben zich de afgelopen jaren ontwikkeld van een executief bestuur met relatief veel uitvoerende taken naar een meer beleidsvoerend bestuur. Onder een beleidsvoerend, voorwaardenscheppend en toezichthoudend bestuur is een uitgebreidere organisatie voor beleidsvoering en uitvoering ingericht, met specifieke taken voor regio’s, bondsbureau en commissies.
      De nieuwe organisatie wil efficiënt(er) werken en richt zich op alle wandelaars in Nederland, zowel leden als niet-leden. Dit vraagt om een professionaliseringslag voor de totale organisatie, met voor het landelijk bestuur een hoofdzakelijk voorwaardenscheppende en toezichthoudende taak. Die wens is ingegeven door de omvang van de nieuwe organisatie en de in de intentieverklaring geformuleerde doelen. Het professionaliseringsmodel van het landelijk bestuur kunnen we illustreren met deze afbeelding. 

    9. De namen zijn nog niet bekend. De bedoeling is dat een deel van de huidige bestuursleden van NWB en KWBN overgaat naar het nieuwe bestuur. Daarnaast zoeken we nieuwe bestuursleden die geen verleden bij één van beide bonden hebben. Op die manier kunnen we zowel het collectieve geheugen als de continuïteit van de nieuwe organisatie waarborgen. Op basis van de code Goed Sportbestuur voeren we voor bestuurders uit de ‘oude’ organisaties een verkorte bestuurstermijn in. Dit om tijdige doorstroming te bewerkstelligen.
      Het eerste landelijke bestuur van de nieuwe organisatie wordt samengesteld door een benoemingscommissie. Die kijkt naar een juiste mix van oude en nieuwe bestuursleden en specifieke kwaliteiten. Uitgangspunt is een evenredige vertegenwoordiging: bijvoorbeeld drie KWBN, 3 NWB, 3 nieuwe leden.

       

    10. We gaan zorgvuldig om met het personeel. Dit betekent in ieder geval dat we hun contracten respecteren. Ook kijken we naar de personele bezetting in het kader van de geformuleerde beleidslijnen van de nieuwe organisatie. Voor het personeel is de CAO Sport van toepassing.

    11. De kracht van een organisatie ligt in de kwaliteit van de mensen die de organisatie dienen. We willen dus graag de juiste man of vrouw op de juiste plaats. Daarom gaan we in de volgende fase taken en hun eigenaarschap beschrijven, met het bijbehorende mandaat binnen de organisatie. Hiermee kunnen we richting geven aan de benodigde competenties van bestuurders, commissieleden en medewerkers.

    12. Het individuele lid wordt lid van de nieuwe organisatie en dus niet van de regio. Individueel lidmaatschap is een vereiste van NOC*NSF in verband met subsidies en is noodzakelijk om aansluiting te vinden bij het Instituut Sportrechtspraak.
      Bij de NWB zijn leden van verenigingen momenteel nog niet aangesloten bij de landelijke organisatie. Na de fusie is dit wel het geval. Omdat hun vereniging zich bij de nieuwe organisatie aansluit, zijn zij daar zelf ook automatisch lid van. Verder verandert er voor de leden in eerste instantie niet veel. De nieuwe organisatie gaat werken aan een breder aanbod van wandelactiviteiten die interessant kunnen zijn voor leden en niet-leden.

    13. Dat is nog niet bekend. Voor wat betreft de statutaire naam willen we in elk geval het predicaat Koninklijk proberen te behouden. Het kan zijn dat de handelsnaam (hoe de bond in de volksmond gaat heten) anders luidt. Uitgangspunt is een handelsnaam die de wandelaar aanspreekt.

    14. De statuten van de nieuwe organisatie zijn een onderdeel van het fusiebesluitdocument. Dat document leggen we in 2014 ter instemming voor aan alle ledenvergaderingen.

    15. Dat weten we nog niet. In een volgende fase kijken we zorgvuldig naar onze panden in Utrecht en Nijmegen en mogelijke oplossingen. De statutaire zetel hoeft overigens niet dezelfde te zijn als de vestigingsplaats van de nieuwe organisatie.

    16. Dat weten we nog niet. Op dit moment hebben de betrokken landelijke en regiobonden een verschillend contributiestelsel. In de volgende fase werken we een geheel nieuw uniform contributiestel uit, dat recht doet aan de aangeboden producten en diensten voor de verschillende aangesloten leden en organisaties.

    17. De NWB, KWBN en de regio’s hebben op dit moment vrijwilligers benoemd tot onder andere erelid, lid van verdienste en spelddrager. Deze vrijwilligers hebben zich vele jaren actief ingezet voor de wandelsport. In de volgende fase kijken we hoe we binnen de nieuwe organisatie op de juiste wijze recht kunnen doen aan hun onderscheidingen.