home

Blog

Lage drempel naar gezond Nederland

geplaatst op 6 augustus 2013

Ik krijg weleens de vraag: waarom is NOC*NSF betrokken bij de fusie van NWB en KNBLO-NL?

Voor ons als sportkoepel NOC*NSF is de fusie van groot belang. Zo groot zelfs, dat ik er veel tijd in mag steken. Natuurlijk deel ik de motieven van NWB en KNBLO-NL: de wandelaar en de lidorganisaties zijn het meest gebaat bij één grote, krachtige wandelsportbond. Een bond die kansen grijpt en de wandelsport verder ontwikkelt. Het belang voor NOC*NSF gaat nog een stap verder.

NOC*NSF is een sportkoepel en vereniging van 76 aangesloten sportbonden. Die bonden hebben gezamenlijk de Sportagenda 2016 vastgesteld. Daarin staat onder andere dat we er alles aan doen om de sportparticipatie te verhogen. Nu is 65 procent van de Nederlanders minimaal eens per maand sportief actief. De ambitie is dat dit in 2016 75 procent is. Het hogere doel is een gezonder Nederland. De wandelsport is daarvoor heel belangrijk.

Wandelen is heel laagdrempelig, iedereen kan het op zijn of haar niveau. Hoe krachtiger de nieuwe wandelbond, hoe meer (potentiële) wandelaars bereikt kunnen worden. Zo draagt de fusie dus bij aan de grotere doelstelling van de Nederlandse sport: een gezonder Nederland. Dat is de reden waarom ik zo nauw betrokken ben bij deze fusie.

Als NOC*NSF stellen we regels en (kwaliteits)eisen aan sportbonden. Goed Sportbestuur is er daar één van. Daaronder vallen onderwerpen als financiën, de benoemingstermijn van bestuurders, eenheid van beleid, de juiste reglementen, financiële gezondheid en verantwoording, etc. Verder zijn er onder meer eisen aan het hebben van een meerjarenbeleidsplan, een meerjarenbegroting en een jaarplan met jaarbegroting.

Die eisen stellen we, omdat we sterke sportbonden willen:

Landelijke bonden die in staat zijn hun eigen sport te ontwikkelen.

En ook omdat de sportbonden via NOC*NSF subsidies krijgen. In totaal verdelen wij 82,9 miljoen euro op jaarbasis. Collectief geld dat welbesteed moet worden.

Mijn taak is ervoor te zorgen dat al die regels en eisen aan bod komen tijdens het fusietraject. Dat is ingewikkelde materie, die normaal intensieve begeleiding vraagt van NOC*NSF. Bij deze fusie scheelt het enorm dat de directeuren van KNBLO-NL en de NWB en de voorzitter van de projectgroep het klappen van de zweep kennen.

Henry Bronkhorst komt van NOC*NSF, Huub Stammes is directeur geweest van verschillende sportbonden en Marjan Olfers heeft veel kennis van Goed Sportbestuur en is juridisch gepokt en gemazeld. Daardoor verloopt het proces erg soepel. Ik spar met ze, wijs ze soms op gevolgen en laat de keuzes die gemaakt moeten worden aan henzelf.

De concept-intentieverklaring is klaar. Nu is het zaak die voor te leggen aan de achterban en draagvlak te creëren. Zo’n verklaring is natuurlijk ‘droge kost’. Het is daarom vooral belangrijk de achterban te inspireren. Tijdens vergaderingen van de stuurgroep en projectgroep voel je gewoon de passie, drive en het enthousiasme. Het is geweldig om te zien dat iedereen er zoveel tijd in stopt. En we hebben het voor de meesten wel over vrijwilligerswerk! De kunst is nu om dat enthousiasme over te laten slaan naar de achterban.

Ik vind het heel verstandig dat beide wandelsportbonden niet alleen een directeur en een voorzitter om de tafel hebben gezet. De projectgroep en stuurgroep zijn breed bezet met allerlei vertegenwoordigers uit de regio’s van beide bonden. Die kunnen dus de komende maanden naar hun eigen achterban hun enthousiasme overbrengen, uitleggen waarom bepaalde besluiten zijn genomen en inspireren. Ik heb daar alle vertrouwen in.

Reactie(s)

  • Fr,e Willemsen14/09/2013

    Vooral doorgaan

  • J.A.A. van den Berg (Jan)24/02/2014

    Geachte heer/mevrouw,
    Omdat sport een concreet competitieaspect in zich heeft, ofwel een fysieke krachtmeting met anderen, is het niet juist om het woord sport aan wandelmarsen te verbinden.
    Wandelaars voeren onderling geen competitie en gaan derhalve tijdens een
    wandelmars geen wedstrijd met elkaar aan.
    De wandelaars die tijdens de vierdaagse ’s morgens vroeg al binnen zijn, rond half elf(?), worden dan ook dood gezwegen.
    Bij de vierdaagse is er absoluut geen sprake van één winnaar.
    Sterker, elke deelnemer die de vierdaagse uitloopt is winnaar.
    Daarom is het niet goed om sport en wandelmarsen met elkaar te vereenzelvigen.
    De naam wandelsportorganisatie is derhalve niet goed gekozen en is onjuist.
    De naam wandelmarsorganisatie bijvoorbeeld, dekt wel de wandelmentaliteit en de -prestatie van de deelnemers aan wandelmarsen.
    Met hartelijke groet,
    Jan van den Berg
    (In 1954 was mijn eerste vierdaagse)

Plaats jouw reactie